De anatomie van de kat

Katten zijn zoogdieren. Dit betekent dat ze, net als mensen, het leven schenken aan levende kleintjes die de moeder voedt met haar melk en waar ze voor zorgt tot ze groot genoeg zijn om zelfstandig te zijn.

Katten zijn carnivoren (ze eten vlees) en zijn roofdieren geworden die zich erg goed hebben aangepast. Huiskatten zijn gemaakt om te jagen op kleine prooien zoals vogels en kleine zoogdieren (muizen), hoewel stoutmoedige katten ook wel graag grotere prooien pakken zoals jonge konijnen.

Het skelet

  • Dit is de interne structuur van het lichaam en bestaat uit de wervelkolom, de achter- en voorpoten.
  • Het beschermt de gevoelige inwendige organen.
  • De schedel beschermt de hersenen en de zintuiglijke organen zoals de ogen.
  • Het bekken beschermt de onderste buikorganen zoals de baarmoeder.
  • De wervels (wervelkolom) beschermen de zenuwen die het ruggenmerg vormen.
  • De ribben beschermen alle organen in de borst, zoals het hart en de longen.
  • Het maakt bewegingen mogelijk. Wanneer de aan de botten vastgehechte spieren rond een gewricht samentrekken, bewegen de botten en gaan de gewrichten buigen. Het is de kracht van de spieren in de achterste ledematen van de kat die hem in staat stelt om hoog te springen en op prooien te jagen.
  • Het beenmerg produceert bloedcellen.
  • Het slaat belangrijke mineralen op zoals calcium en fosfor.

Hoewel katten ongeveer evenveel botten hebben als de mens, hebben hun botten een andere vorm en zijn ze speciaal geschikt om te beantwoorden aan hun behoeften als roofdieren. Katten hebben een stevig maar licht skelet. Ze hebben een zeer soepele wervelkolom die hen bijzonder lenig maakt zodat ze snel kunnen springen en zich verplaatsen. Dankzij hun soepele en sterke gewrichten kunnen ze ook ver springen zonder zich pijn te doen, en hun lange staart speelt een belangrijke rol bij het houden van het evenwicht.

De huid

De huid is eigenlijk het grootste orgaan in het lichaam van een dier. De belangrijkste rol ervan is de bescherming van het lichaam tegen infectie, fysieke verwonding en het verlies van warmte en vocht. De huid van katten zit losser vastgehecht aan de onderliggende structuren dan die van mensen. Dit verhoogt hun soepelheid.

Hun huid is bedekt met haar (hoewel sommige haarloze kattenrassen worden gefokt). Het haar is belangrijk omdat het de lichaamswarmte behoudt en verwondingen aan de huid voorkomt. Het reageert ook op de aanwezigheid van een bedreiging door rechtop te gaan staan om katten groter te doen lijken.

De vacht heeft ook een indirecte beschermingsrol. In de natuur kunnen de kleuren van de vacht gevoelig zijn voor de omgeving. Niet-gedomesticeerde katten met een gestreepte vacht kunnen het beste overleven en zich voortplanten. De kleur van hun vacht biedt camouflage tegen roofdieren die groter zijn, en verhoogt hun kansen op een succesvolle jacht. In steden komt een zwarte of een zwart-witte vacht het meeste voor. Toch is dit fenomeen tegenwoordig minder opvallend door de invloed van het selectief fokken.

Sommige delen van de huid of de vacht zijn geëvolueerd om specifieke functies uit te voeren. De poten zijn bedekt met zoolkussens die veel dikker zijn dan de huid die de rest van het lichaam bedekt.

De snorharen zijn langer en dikker dan normale haren, en zijn zeer gevoelig wanneer ze worden aangeraakt. Men vindt ze niet alleen op de kop maar ook op verschillende plaatsen op het lichaam zodat katten informatie over hun omgeving ontvangen.

De zintuigen

Het gehoor

Katten hebben grote oren die ze gemakkelijk kunnen bewegen zodat ze de oorsprong van zachte geluiden kunnen lokaliseren. De binnenoren werken ook samen met de hersenen om ze te helpen hun evenwicht te houden.

Het gezichtsvermogen

Katten hebben ook een zeer goed gezichtsvermogen dat ook dient om ze te helpen bij het jagen. Doordat hun grote ogen zich aan de voorkant van de schedel bevinden, kunnen zij afstanden zeer goed inschatten. In tegenstelling tot de ronde pupillen van de mens hebben katten elliptische pupillen die in sterk licht fijne spleetjes worden. Een reflexlaag onderaan het oog vangt al het licht op voor een beter gezichtsvermogen 's nachts. Deze reflexlaag geeft de indruk dat kattenogen 's nachts fonkelen.

Katten hebben ook een extra ooglid, het knipvlies genoemd (vaak aangehaald als het derde ooglid). Het beweegt over het oog, onder de buitenste oogleden, van het midden naar buiten, en biedt de ogen extra bescherming. Dit knipvlies is gewoonlijk niet zichtbaar. Als het chronisch zichtbaar wordt, is dit een teken van een slechte fysieke conditie of ziekte.

De reukzin

Geuren zijn erg belangrijk voor katten. Geuren laten hen toe hun territorium af te bakenen, andere dieren te herkennen (de geur is in dit geval belangrijker dan het gezichtsvermogen) en met andere katten te communiceren. De geur wordt gedetecteerd door de zenuwuiteinden van de snuit en geïnterpreteerd door de hersenen. Katten hebben een extra zintuigorgaan in de mond (orgaan van Jacobson) dat hun reukzin nog versterkt.

De smaak

De tong van een kat is bedekt met smaakknoppen waarmee hij zure, bittere en zoute smaken kan detecteren. In tegenstelling tot mensen kunnen katten geen zoete smaken detecteren.

Het ademhalingssysteem

Het ademhalingssysteem vervoert lucht van de snuit naar kleine holten in de longen (longblaasjes). Het verwarmt en filtert de lucht, transporteert die vervolgens naar de longen waar de zuurstof door het lichaam wordt opgenomen en omgezet in kooldioxide die ontsnapt bij de uitademing.

Het cardiovasculaire systeem

Het cardiovasculaire systeem bestaat uit het hart, de aders en de slagaders en de kleine bloedvaten. Het vervoert het bloed in het lichaam, brengt de zuurstof, voedingsstoffen, bloedcellen en afvalstoffen naar de juiste plaats. Het bloed is ook belangrijk bij het behoud van de lichaamswarmte.

Het urinaire systeem

De belangrijkste functie van het urinaire systeem is de controle van de waterhuishouding en de verwijdering van toxines. De nieren filteren het bloed en verwijderen overtollig water en toxines die vervolgens naar de blaas gaan en worden opgeslagen tot dat de kat urineert. De chemische stoffen in de urine kunnen worden gebruikt voor de olfactorische communicatie tussen katten.

Het spijsverteringsstelsel

Het spijsverteringssysteem neemt het voedsel op om het door het lichaam te laten gaan door het af te breken en alle voedingsstoffen op te nemen alvorens de onverteerbare voedingsmiddelen en andere afvalstoffen te verwijderen uit het lichaam. De vertering begint in de mond, de plaats waar het voedsel wordt opgenomen en gekauwd. De tanden van katten zijn speciaal aangepast aan het jagen. Katten kunnen hun prooien vastgrijpen en bijten met hun lange en spitse hoektanden. Met de scherpe kiezen kunnen ze het vlees verscheuren.

Het voortplantingssysteem

De kater heeft twee testikels. Bij een niet-gecastreerde kater bevinden ze zich net onder de anus. Hij heeft ook een penis, die bedekt is met kleine stekels die pijnlijk zijn voor het vrouwtje tijdens het paren. Als het vrouwtje eenmaal volwassen is, is ze regelmatig loops, vooral in het begin van de lente. Dan is ze dus ontvankelijk voor het paren. Paring stimuleert de productie van eicellen. Een vrouwtje kan meerdere kittens tegelijk dragen, soms zelfs van verschillende ​vaders.

Het zenuwstelsel

Het zenuwstelsel zorgt voor de overdracht van boodschappen van het lichaam naar de hersenen (en van de hersenen naar het lichaam) via zenuwen en het ruggenmerg. De hersenen controleren alle lichaamsprocessen, van de ademhaling tot de regeling van de temperatuur.

Het endocriene systeem

Het endocriene systeem bestaat uit verschillende klieren die hormonen produceren. Deze klieren omvatten de hypofyse, de schildklier, de alvleesklier, de eierstokken en de testikels.